| 1. |
Verwelking/groeiremming of gewassterfte. |
|
|
Engerlingen, larven van bladsprietkevers, C-vormige larven, met pootjes en kaakjes. Engerlingen van meikever, rozekever, roestbruinenbladsprietkever en anomala zijn de meeste voorkomende engerlingen in bomen/heesters/vasteplanten en fruitbomen. Engerlingen vreten aan de wortels waardoor verwelking, groeiremming of zelfs gewassterfte het gevolg is. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over engerlingen.
|
 |
|
2.
|
Gekartelde hapjes op het blad |
|
|
|

|
Snuitkevers, waaronder taxuskevers komen voor in allerlei bomen/heesters/vaste planten en fruitbomen. Schade is te herkennen aan de gekartelde hapjes op het blad. De larven van de snuitkevers vreten aan wortels van allerlei gewassen, waardoor roeiremming, verwelking of zelfs gewassterfte het gevolg is. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over taxuskevers. |
| 3. |
In het vroege voorjaar wordt het groen flink beschadigd. Mogelijke veroorzakers:
|
|
|
Emelten |
|
| |
Emelten zijn larven van langpootmuggen. Ze zijn grijs, pootloos. Emelten kunnen zomerbloemen en andere ontkiemende vaste planten flink beschadigen in het vroege voorjaar als de planten net uitlopen, omdat het groen afgevreten wordt waardoor er geen groei ontstaat. In grote dichtheden kunnen ze veel uitkomende zomerbloemen doden. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over emelten. |
 |
|
Aardrupsen |
|
| |
 |
Aardrupsen zijn de rupsen van nachtvlinders die behoren tot het geslacht Agrotis. De rupsen zijn bruin tot lichtgrijs en 4 tot 6 cm lang. De vlinders zetten hun eitjes af op de waardplant. Het menu van de aardrupsen is vrij gevarieerd, met name groenten, sierplanten en knolgewassen. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over aardrupsen. |
|
Veenmollen |
|
| |
Veenmollen zijn grote krekels met graafpoten. Een veenmol kan 5 cm groot worden. Veenmollen kunnen veel vaste planten in de tuin beschadigden door de wortels weg te vreten. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over veenmollen. |
 |
|
Rouwvlieglarven |
|
| |
 |
Rouwvlieglarven zijn kleine larven met een zwarte kop. Ze lijken een beetje op emelten, maar zijn veel kleiner. De larven leven in groepjes van circa 100 in het gras. De larven vreten aan de wortelhals waardoor het gewas afsterft. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over rouwvlieglarven. |
|
Miljoenpoten |
|
| |
Miljoenpoten zijn lange gesegmenteerde bodemparasieten. Volwassen miljoenpoten hebben eenl engte van 8 tot 18 mm. De kleur is wit, met aan elke kant een rij met oranje-rood puntjes. Het lichaam is lang en bestaat uit 50 vergelijkbare segmenten. De tweede en derde segment dragen een paar poten. De volgende segmenten 2 paar poten, 2 antennae. Miljoenpoten zijn schadelijk voor zaailingen, zowel in de sier- als moestuin, aardappelen, aardbeien, bieten, wortels en fruitgewassen. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over miljoenpoten. |
 |
| 4. |
Slijmsporen en ontsierende gaten in diverse gewassen |
|
|
 |
Naaktslakken kunnen een ware plaag worden voor allerlei vaste planten. Slakken kunnen ondergronds aan wortels vreten en bovengronds aan bladeren van allerlei vaste planten. Naast slijmsporen ontstaan er ontsierende gaten in diverse gewassen. Slakken kunnen ook allerlei ziektes meebrengen. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over naaktslakken.
|
| 5. |
Een zwarte laag op de bladeren, kleverig stof, groeiremming |
|
|
Bladluizen kunnen vanaf het voorjaar veel schade aanrichten aan allerlei gewassen. Bladluizen voeden zich met plantensappen. Ze scheiden een kleverige stof af. Die wordt honingdauw genoemd. Honingdauw kan op andere gewassen, auto’s, ramen, bestrating, etc. terecht komen. (Oplossing) Klik hier voor meer informatie over bladluizen. |
 |
| 6. |
Een pluizige witte wasachtige laag op de schors van appelbomen |
|
| |
 |
Appelbloedluizen. Op de schors van appelbomen en sierappel (Malus), vuurdoorn en cotoneaster ontstaat in de zomer een pluizige wasachtige laag die wit van kleur is. Deze laag wordt uitgescheiden door de appelbloedluizen, Eriosoma lanigerum. Deze luizen overwinteren als onvolwassen nimfen meestal onder de loszittende schors. Van midden tot eind voorjaar worden deze luizen vooral aangetroffen rond oude snoeiwonden en in spleten onder de oudere schors, wortelopslag of laag aan de wortelhals. Later in het jaar verspreiden de luizen zich naar de jonge takken. Door hun vraatpatroon ontstaan knobbels/gallen aan de boom. Wanneer het vriest, kunnen deze gallen openbarsten waardoor appelkanker kan ontstaan. Afhankelijk van de winter kunnen ook onder aan de bomen appelbloedluizen worden aangetroffen. Er is geen echte oplossing voor de hobbyteelt. |
| 7. |
Gewassen worden kleverig of hebben een witte pluizige substantie aan de groeipunten |
|
| |
Bladvlooien. De meest voorkomende zijn appelbladvlo, perenbladvlo en buxusbladvlo. Sommige gewassen die aangetast worden door bladvlooien worden kleverig vanwege de afgescheiden honingdauw. Andere hebben een witte pluizige substantie aan de groeipunten die door de nimfen worden gemaakt. Waar honingdauw zich ophoopt ontstaat vaak roetdauw. De volwassen insecten lijken op gevleugelde bladluizen. De appelbladvlooien overwinteren als eieren terwijl de perenbladvlooien als volwassen insecten overwinteren. Overigens: de meeste schade ontstaat door de nimfen van de bladvlooien. Bladvlooien hebben meerdere generaties per jaar. (Oplossing) |
 |
| 8. |
Gaten in het blad, verwelking, groeiremming of gewassterfte |
|
| |
 |
Rupsen zijn larven van allerlei soort vlinders. Er zijn verschillende soort rupsen. Bladeters, wortelboorders, stamboorders zoals de wilgehoutrups of rupsen die aan wortels eten, zoals agrotis soorten. Het bestrijden van rupsen is ook vaak een gewetensvraag. Vlinders zijn vaak uitstekende bestuivers en graadmeters voor de kwaliteit van het milieu.(Oplossing) |