Boomteelt en sierteelt

Boomteelt en sierteelt kenmerken zich door een breed scala aan gewassen, en ook door een grote variatie aan plagen. Door het wegvallen van middelen en door de eisen die marktpartijen stellen om de inzet van bepaalde middelen te vermijden wordt gewasbescherming in deze teelten een steeds grotere puzzel.
Ook zien we dat er door import en klimaatverandering nieuwe plagen optreden of dat bestaande plaaginsecten en –mijten hun gedrag aanpassen waardoor bestrijding moeilijker wordt.

Biocontrole biedt een scala aan biologische oplossingen voor allerlei plagen, zowel tegen bodeminsecten zoals taxuskeverlarven, emelten, engerlingen, wortelboorders en varenrouwmuglarven als tegen bovengrondse belagers zoals spint, bladluis, trips en rupsen.
Ook kunnen we plagen voor u determineren en doen we onderzoek naar passende en praktisch werkbare bestrijdingsmethoden.

Voor meer informatie over bedrijfsbezoek, determinatie, maatwerk, prijzen of bestellingen kunt u uiteraard contact met ons opnemen via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens).

Plagen in boomteelt, vaste planten en sierteelt

Engerlingen    
Engerlingen
  Engerlingen zijn larven van de bladsprietkevers. Dit zijn komma-vormige larven, met pootjes en kaken. De engerlingen van meikever, rozekever en roestbruine bladsprietkever vreten aan de wortels van boomteeltgewassen , snijheesters en vaste planten. Planten kunnen groeiachterstand oplopen of zelfs uitvallen. Vogels gaan op zoek naar de engerlingen en trekken daarbij soms jonge planten uit de grond.
Uit handelsoogpunt zijn partijen planten met larven zeer ongewenst, het vinden van larven is reden om complete partijen planten af te keuren.
Klik hier voor meer informatie over engerlingen.
Klik hier voor de oplossing voor engerlingen.
     
Snuitkevers     
Taxuskever   Snuitkevers, waaronder taxuskevers, komen voor in allerlei bomen, heesters, vaste planten en vruchtbomen. Schade is vooral te herkennen aan de gekartelde bladranden. De larven van de taxuskevers vreten aan wortels van allerlei gewassen, met groeiremming en afsterving tot gevolg.
Uit handelsoogpunt is het vinden van larven in planten zeer ongewenst omdat het aantreffen ervan reden is om een hele partij planten af te keuren.
Klik hier voor meer informatie over taxuskevers.
Klik hier voor de oplossing voor taxuskevers
     
Emelten    
Emelt   Emelten zijn de larven van langpootmuggen. Ze zijn grijs en pootloos. Emelten vreten net boven de grond aan zaailingen, stekken, kruidachtige en houtige planten. Daardoor vallen takken of zelfs hele planten weg. Vooral jonge planten en plantgoed zijn kwetsbaar. In Spiraea, Pernettya en Picea Conica wordt relatief vaak aantasting gevonden.
Vogels die in potten met pas gepot stek op zoek gaan naar emelten trekken daarbij stekken uit en zorgen dus voor indirecte schade. Van Pioen worden de neuzen aangevreten, wat leidt tot minder bloemstengels.
Klik hier voor meer informatie over emelten.
Klik hier  voor de oplossing voor emelten.
     
Veenmollen    
Veenmol   Veenmollen zijn een soort grote krekels met graafpoten. Een veenmol kan 7 cm groot worden. Veenmollen kunnen jonge planten in kwekerijen beschadigen door de wortels weg te vreten. Door de gangen die veenmollen onder planten door graven kunnen jonge planten los komen te staan en verdrogen. Veenmollen komen relatief vaak voor in stekbeddingen omdat daarin mooie losse grond te vinden is.
Klik hier voor meer informatie over veenmollen.
Klik hier voor de oplossing voor veenmollen.

 

     
Miljoenpoten    
Miljoenpoot   Miljoenpoten zijn lange, gesegmenteerde bodem-parasieten. Volwassen miljoenpoten hebben een lengte van 8 tot 18 mm. Miljoenpoten bestaan uit segmenten, met 1 of 2 paar poten. Ze komen steeds vaker voor in de containerteelt en soms in stek. Ook in pioenen die beschadigd zijn door wortelboorders zien we vaak massaal miljoenpoten. Miljoenpoten eten aan de wortels en zijn daardoor schadelijk.
De soms massale aanwezigheid in potten is aanleiding voor klachten vanuit de handel.
Klik hier voor meer informatie over miljoenpoten.
Klik hier voor de oplossing voor miljoenpoten.
     
Naaktslakken    
Naaktslak   Naaktslakken kunnen een ware plaag zijn in vaste planten en zomerbloemen. Slakken kunnen ondergronds wortels weg vreten en eten bovengronds aan blad van allerlei vaste planten en zomerbloemen, maar bijvoorbeeld ook in sierheesters zoals Skimmia en Pieris. Naast slijmsporen ontstaan er ontsierende gaten in het blad van diverse gewassen, en schade aan de bloemen.
Slakken kunnen ook allerlei ziektes overbrengen.
Klik hier voor meer informatie over naaktslakken.
Klik hier voor de oplossing voor naaktslakken.
     
Bladluizen    
Bladluizen   Bladluizen kunnen vanaf het voorjaar veel schade aanrichten aan allerlei planten. Bladluizen prikken planten aan en voeden zich met plantensappen. De prikschade zorgt voor misvormde bladeren, bloemen en groeikoppen.
Bladluizen scheiden een kleverige stof af, die honingdauw wordt genoemd. Op honingdauw groeit de zwarte roetdauwschimmel. Honingdauw en roetdauw kunnen planten ernstig vervuilen. Bladluizen kunnen ook virussen overbrengen.
Klik hier voor meer informatie over bladluizen.
Klik hier voor de oplossing voor bladluizen.
     
Spint    
Spint   Spint tast tal van sierplanten aan en veroorzaakt daarin geel blad en groeiachterstand. Bij een zware aantasting worden de groeiende scheuten bedekt met een fijn spinsel. In dat geval treedt ook bladval op.
Klik hier voor meer informatie over spint.
Klik hier voor de oplossing voor spint.
     
 Trips    
Trips   Trips is in zomerbloemen, vaste planten en boomteeltgewassen een toenemend probleem. Steeds meer gewassen buiten worden aangetast. De schade bestaat uit vlekken in het blad en misvorming van bloemen en groeikoppen. Soms is het groeipunt zo beschadigd dat de groei helemaal stopt. Er zijn verschillende soorten trips in de sierteelt, soms specifiek voor een gewas maar meestal met een bredere waardplantenreeks..
Klik hier voor meer informatie over trips.
Klik hier voor de oplossing voor trips.
     
 Varenrouwmug    
Varenrouwmug larve   De larven van varenrouwmug eten aan de stambasis en aan de jonge wortels van stekken. Daarmee kunnen ze ernstige schade veroorzaken: planten vallen weg door deze schade en/of door schimmels die worden overgebracht.
Veel vaste planten en heesters zijn gevoelig voor dit plaaginsect. Skimmia wordt vaak heel zwaar aangetast.
In enkele soorten zomerbloemen, zoals Physalis worden ook de bloemen aangetast.
Klik hier voor meer informatie over varenrouwmug.
Klik hier voor de oplossing voor varenrouwmug.
     
Wantsen    
Wants   Wantsen zijn zeer verschillend van uiterlijk: grootte, kleuren, geur e.d. verschillen sterk van elkaar. Ze hebben met elkaar gemeen dat ze een soort driehoekig vlakje op hun rug hebben, achter de kop bij de aanhechting van de vleugels. Er zijn diverse soorten wantsen die schadelijk zijn voor kruidachtige sierplanten, zoals o.a. de brandnetelwants en grauwe veldwants. Wantsen veroorzaken misvormde groeikoppen en gaatjes in het jonge blad van groeiende scheuten.
Klik hier voor de oplossing voor wantsen.
     
Wortelboorder    
Wortelboorder   De rupsen van slawortelboorder boren zich,  als ze net uit de eieren zijn gekomen en nog klein zijn, in de wortelstokken van vaste planten en pioenen en in de stambasis of verhoute wortels van heesters zoals Sering en Ligustrum. Ook vreten de rupsen aan de wortels van klimplanten. Zowel planten in de vollegrond als planten in potten kunnen worden aangetast. De schade uit zich als groeistagnatie of in de vorm verwelking, en leidt ook wel tot het compleet wegvallen van planten.
Klik hier voor meer informatie over slawortelboorder.
Klik hier voor de oplossing voor slawortelboorder.


Oplossing

Bestrijden van engerlingen
Engerlingen zijn goed te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond actief op zoek gaan naar de engerlingen. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de engerling doodt. Uit de dode engerlingen ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe engerlingen.
Het succes van de toepassing van deze biologische bestrijding is mede afhankelijk van een juiste determinatie van het plaagdier. De engerlingen van de verschillende kevers (rozekever, meikever, sallandkever, junikever e.a.) hebben allen een eigen levenswijze en vragen daardoor een soortspecifieke bestrijding. 
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.
 
Bestrijden van snuitkevers, waaronder taxuskevers
Snuitkeverlarven zijn goed te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond actief op zoek gaan naar de larven. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de larve doodt. Uit de dode larven ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe snuitkeverlarven.
Het succes van de toepassing van deze biologische bestrijding is mede afhankelijk van de inzet van het juiste aaltje bij de juiste bodemtemperatuur. Ook is de manier van toepassen belangrijk: op kleigrond werkt het bijvoorbeeld het best om de aaltjes bij de planten te injecteren.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.
 
Bestrijden van emelten
Emelten zijn goed te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond actief op zoek gaan naar de larven. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de emelt doodt. Uit de dode larven ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe emelten.
Het succes van de toepassing van deze biologische bestrijding is mede afhankelijk van de inzet van het juiste aaltje bij de juiste bodemtemperatuur.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.
 
Bestrijden van veenmollen
Veenmollen zijn in een jonge stadium te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond moeten worden aangebracht. Ze installeren zich in de gangen van de veenmollen en infecteren deze als de veenmollen door de gang kruipen. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de veenmol doodt. Uit de dode insecten ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe veenmollen.
Jonge veenmollen zijn te bestrijden met insect-parasitaire nematoden Steinernema carpocapsae.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van miljoenpoten
Miljoenpoten zijn goed te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond actief op zoek gaan naar de miljoenpoten. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de miljoenpoot doodt. Uit de dode miljoenpoten ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe miljoenpoten.
Tegen miljoenpoten worden, afhankelijk van de aanwezige stadia en soorten, en afhankelijk van de bodemtemperatuur, verschillende soorten nematoden of mixen van nematoden effectief ingezet.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van naaktslakken
Naaktslakken zijn goed te bestrijden met specifiek werkende nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die op en juist in de grond moeten worden aangebracht. Ze dringen de slakken binnen en laten een bacterie los die de slak doodt. Uit de dode slakken komt een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe naaktslakken.
De nematoden tegen naaktslakken zijn niet effectief tegen huisjesslakken en bodeminsecten.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van bladluizen
Bladluizen kunnen heel goed worden bestreden met natuurlijke vijanden, zoals lieveheersbeestjes. Zowel de volwassen kevertjes als de larven daarvan zijn uitstekende bestrijders van bladluizen. Ook gaasvlieglarven kunnen grote hoeveelheden bladluizen opeten. Gaasvliegen hebben een breed menu en eten ook spint, larven van schadelijke galmuggen en rupsen. Biocontrole levert de larven van lieveheersbeestjes in bakjes of in katoenen zakjes die in de planten kunnen worden opgehangen. Gaasvlieglarven leveren we in kokers of in kweekzakjes.
Tegen bladluizen in kassen kunnen ook sluipwespen of galmuggen worden uitgezet. Omdat aantastingen in de sierteelt door een aantal verschillende soorten bladluizen kunnen worden veroorzaakt is het, alvorens een keuze te maken voor een bestrijder, belangrijk om te weten welke soort luis aanwezig is als plaag. De biologische bestrijding van bladluis is maatwerk, waarvoor we graag samen met onze klanten een goed plan opstellen!
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van spint
Spint kan worden bestreden met verschillende soorten roofmijten, die op de planten kunnen worden uitgestrooid of verblazen. Afhankelijk van het gewas en de mate van aantasting wordt voor één soort of voor de inzet van verschillende roofmijten gekozen. Neoseiulus (Amblyseius) californicus of Amblyseius andersoni zijn uitermate geschikt om preventief of bij een lichte aantasting in te zetten: deze roofmijten kunnen ook overleven door stuifmeel te eten en kunnen vrij lage temperaturen en een wat lagere RV verdragen. In een bladhoudend gewas kunnen ze overwinteren.
Phytoseiulus persimilis kan worden gebruikt om spinthaarden op te ruimen. Deze roofmijten eten de spint op, maar handhaven zich vervolgens niet omdat ze bij gebrek aan voedsel elkaar opeten. Experimenteel wordt gewerkt met de roofmijt Euseius gallicus, en wordt soms extra stuifmeel in het gewas geblazen om de roofmijten in aantal te laten toenemen.
Ook gaasvlieglarven, die Biocontrole levert in speciale kweekzakjes die makkelijk in de planten kunnen worden uitgehangen, zijn goede bestrijders van spint.
De biologische bestrijding van spint is maatwerk, waarvoor we graag samen met onze klanten een goed plan opstellen!
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van trips
Trips is moeilijk te bestrijden. De kans van slagen van de biologische bestrijding hangt in sterke mate af van het gewas en het klimaat en eventueel het type kas. Tegen trips worden meestal combinaties van biologische vijanden gebruikt. Zo wordt er vaak gestart met de bodemroofmijt Hypoaspis, die tripspoppen in de grond kan aanpakken. Voor in het gewas is er de keuze uit verschillende soorten roofmijten, die op de planten kunnen worden uitgestrooid of verblazen. Afhankelijk van het gewas en de mate van aantasting wordt voor één soort of voor de inzet van verschillende roofmijten gekozen. Neoseiulus cucumeris en Amblyseius swirskii zijn uitermate geschikt om preventief of bij een beginnende aantasting in te zetten: deze roofmijten kunnen ook overleven door stuifmeel te eten en kunnen de vrij lage temperaturen van een niet gestookte kas of van een buitenteelt verdragen. Experimenteel wordt gewerkt met de roofmijt Euseius gallicus, en wordt soms extra stuifmeel in het gewas geblazen om de roofmijten in aantal te laten toenemen. Met de roofwants Orius kan in kasteelten extra plaagdruk worden bestreden. Ook kunnen insect-parasitaire aaltjes, in een speciale formulering voor op het gewas, worden verspoten ter bestrijding van tripslarven. De biologische bestrijding van trips is maatwerk, waarvoor we graag samen met onze klanten een goed plan opstellen!
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van varenrouwmuglarven
De eieren van varenrouwmug zijn soms al bij de start van de teelt in (stek of zaai)grond aanwezig. Check dit door verse grond met een gele vangplaat in een emmer omsloten door een ruime plastic zak enkele dagen weg te zetten. Hoe hoger de plaagdruk vanuit de grond, des te ruimer de maatregelen moeten worden ingezet. De bodemroofmijt Hypoaspis kan worden ingezet om de eieren en net uitgekomen larven van varenrouwmug te bestrijden. Ook kunnen insect-parasitaire aaltjes worden aangegoten of verspoten. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die op en juist in de grond moeten worden aangebracht. Ze dringen de varenrouwmuglarven binnen en laten een bacterie los die de larven doodt. Uit de dode larven komt een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe plaaginsecten. De dosering van Hypoaspis en aaltjes hangt af van de plaagdruk. De keuze voor de soort aaltjes of voor een mix van verschillende soorten aaltjes is afhankelijk van de grondtemperatuur.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van wantsen
Tegen wantsen in tuinen kunnen insect-parasitaire nematoden, in een bijzondere formulering worden gebruikt. De nematoden moeten in deze toepassing worden gemengd met een bijgeleverde gel, en dienen in de avond tegen het donker te worden toegepast.
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.

Bestrijden van wortelboorders
Jonge rupsen van wortelboorders zijn goed te bestrijden met insect-parasitaire nematoden. Dit zijn microscopisch kleine wormpjes die in de grond actief op zoek gaan naar de larven. Ze dringen deze binnen en laten een bacterie los die de larve doodt. Uit de dode larven ontstaat een nieuwe generatie nuttige nematoden die op zoek gaan naar nieuwe wortelboorder-rupsen. Het is belangrijk de rupsen te bestrijden voordat ze zich in de stammen of wortelstokken hebben geboord, dan zijn ze immers slechter te bereiken voor de aaltjes.
Het succes van de toepassing van deze biologische bestrijding is mede afhankelijk van de inzet van het juiste aaltje bij de juiste bodemtemperatuur en van het juiste aaltje op een bepaald stadium van de rupsen. Vaak gebruiken we een gedeelde dosering om de rupsen, die over een langere periode uit de eieren komen, meerdere keren aan te pakken. Meestal wordt een mix van verschillende soorten aaltjes gebruikt. De samenstelling van de mix is maatwerk en hangt in sterke mate af van de aanwezige stadia van de rupsen en de heersende bodemtemperatuur. Op zware kleigrond werkt injecteren van de aaltjesoplossing het best.
De biologische bestrijding van wortelboorders is maatwerk, waarvoor we graag samen met onze klanten een goed plan opstellen!
Voor professionele gebruikers neem contact op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens) voor prijzen en leveringsinformatie.