Taxuskevers

Bestrijding van taxuskevers en andere snuitkevers

Op deze pagina vindt u achtergrondinformatie over snuitkevers (waaronder taxuskevers), plaagherkenning: hoe herkent u of uw gewassen last hebben van snuitkevers en snuitkeverlarven, op welke wijze snuitkevers kunnen worden bestreden en wanneer het de beste tijd voor bestrijding is.

Voor meer informatie over veldcontrole, determinatie, maatwerk, prijzen of bestellingen kunt u uiteraard contact met ons opnemen via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens).

Snuitkevers
Er zijn wereldwijd zo’n 60.000 soorten snuitkevers (Curculionidae). Een groot aantal leeft van de bladeren en de larven voeden zich met wortels van allerlei gewassen. 
In Nederland zijn er ongeveer 600 soorten actief, waarvan een aantal soorten die schade toebrengen aan gewassen. De meest voorkomende soorten snuitkevers in Nederland:

Taxuskever
Otiorhynchus sulcatus
Goudgevlekte snuitkever
Otiorhynchus aurifer
Taxuskever Snuitkever Otiorhynchus aurifer


Taxuskevers

Otiorhynchus sulcatus – Gegroefde lapsnuitkever
Ook wel taxuskever genoemd. De taxuskever is zwart van kleur, hebben een gegroefd, mat zwart schild met gele vlekjes op de dekschilden.  Deze kever  is ongeveer 9 tot 11 millimeter.

 

Otiorhynchus sulcatus – Gegroefde lapsnuitkeverDe taxuskevers leiden een verborgen bestaan. Overdag schuilen ze en ‘s nachts vreten ze aan bladeren. Taxuskevers planten zich parthenogetisch voort. Dat wil zeggen, dat ze geen paring nodig hebben om zich te vermenigvuldigen. De stadia van ontwikkeling zijn: ei, larve, pop, kever.  Nadat de kevers uitgekomen zijn, meestal vanaf april,  hebben zij een paar dagen nodig om “af te harden”. Daarna beginnen ze zich te voeden met de bladeren van diverse gewassen, zoals taxus, hedera’s, prunus, virbunum, eonymus, fruitdragende gewassen en indien aanwezig ook met allerlei bladeren van niet groenblijvende gewassen. In feite zijn zij polyfaag (alles eters), met een voorkeur voor bepaalde gewassen.

Voorheen konden volwassen taxuskevers alleen in kassen overwinteren. De laatste 5 jaar zien we, zelfs bij vorst, dat ze ook buiten in de winter overleven.
Onder optimale omstandigheden kan de taxuskever zich zeer snel uitbreiden omdat ze wel 600 eitjes leggen per seizoen.
In bepaalde omstandigheden kan een Taxuskever  minstens 600 eitjes leggen in een seizoen. 

 

Larven van de Taxuskever    
Larve van de Taxuskever   De larve is roomwit met een roodbruine kop. De larven overwinteren. In zachte winters kunnen ze doorgaan met vreten aan wortels met alle schade van dien.  Vanaf juni worden elke dag nieuwe larven geboren.

 

De levenscyclus van de Taxuskevers

Levenscyclus van de Taxuskevers

 

 

Vanaf half maart tot begin juni zijn de larven actief en vreten zij aan wortels. In deze periode zijn de larven goed te bestrijden. Vanaf half april tot eind juni verpoppen de larven. Van half mei tot begin oktober zijn de kevers actief en vreten aan gewassen. Begin juni tot begin oktober leggen vrouwtjes hun eieren. Vanaf half juli tot begin november zijn de larven actief en vreten zij aan wortels van gewassen. In deze periode zijn de larven goed te bestrijden. Vanaf begin november gaan de larven in rust. 

 

Ziet u parende snuitkevers overdag? Dan is het geen taxuskever.
Ziet u vliegende kevers? Dan is het geen taxuskever.

Otiorhynchus aurifer - Goudgevlekte snuitkever

Deze snuitkever lijkt op de taxuskever en leidt eveneens een verborgen bestaan. De grootte varieert van 11 – 16 mm. Deze snuitkever vreet eveneens aan allerlei gewassen. De kever is van origine uitheems en is waarschijnlijk met geïmporteerd plantmateriaal meegekomen. Hedera’s behoren tot één van hun favoriete voedsel.

Otiorhynchus aurifer - Snuitkever


Andere schadelijke snuitkevers die actief zijn in Nederland

Otiorhynchus rugosostriatus Komt voor op siergewassen en fruit (veel op aardbei), lengte max. 10 mm.
Otiorhynchus ovatus  Komt voor op siergewassen en fruit,  lengte max. 8 mm
Otiorhynchuys singularis  Gevlekte snuitkever, komt voor op siergewassen en fruit, lengte max. 11 mm.
Otiorhynchus crataegi Komt voor op siergewassen en fruit zoals aardbei, lengte max. 8 mm.                    
Otiorhynchus raucus Komt voor op siergewassen en fruit, lengte max. 9 mm.
Strophosoma melanogrammum en Strophosoma capitatum   Komt voor op naaldplanten, rhododendrons, prunus, maar ook op aardbei, lengte max. 6 mm.
Brachyderes incanus Dennensnuitkever, komt voor op allerlei naaldgewassen, kan meerdere jaren leven, lengte max. 1 mm.

Verder zijn er ook andere uitheemse snuitkevers actief, waaronder Otiorhynchus salicicola/apenninus en Otiorhynchus armadillo. Deze kevers kunnen overwinteren in Nederland en zijn zeer schadelijk. Deze soorten zijn wel overdag actief en vaak parend.
 

Plaagherkenning

Schadebeeld snuitkeversVolwassen kevers voeden zich 's nachts en vreten daarbij golfvormige inkepingen aan de rand van bladeren en bloemen waardoor een gekarteld effect ontstaat. Deze vraatschade is dikwijls het eerste teken dat wijst op de aanwezigheid van de snuitkever. De vraatzuchtige larven veroorzaken de grootste schade. Pas uit het ei gekomen, beginnen ze zich met kleine wortels te voeden. Naarmate ze groeien, tasten ze steeds grotere wortels, wortelknollen, wortelstokken en zelfs ontblote schors van houtachtige stengels aan. Een plant waarvan het wortelstelsel is beschadigd verzwakt en wordt ook vatbaar voor allerlei ziektes zoals schimmels.  Bij een grote aantasting kunnen planten afsterven.

 

 

 

Plaagbestrijding

De snuitkevers, waaronder de taxuskevers zijn zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden.
Insectparasitaire nematoden (ook wel aaltjes genoemd – niet te verwarren met schadelijk plantparasitaire aaltjes) zijn microscopisch kleine aaltjes die in symbiose leven met een bacterie. Als de nematoden in de bodem zijn uitgezet zoeken ze de larven op en dringen de larven in. Eenmaal binnen in de larve scheiden de nematoden een bacterie af die de larven doodt.  In de dode larve ontstaat een nieuwe generatie nematoden  die op zoek gaan naar nieuwe larven om ze te infecteren. Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een “gastheer” overleven. Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden. 
De inzet van insectparasitaire nematoden is een zeer effectieve aanpak "aan de bron". 

Voor de bestrijding is het belangrijk om te weten met welke kever u te maken hebt. Zeker als het uitheemse soorten betreft, kan het tijdstip en de frequentie van de behandeling verschillen van bijvoorbeeld de behandeling tegen de taxuskevers.
Snuitkevers kunnen altijd naar Biocontrole worden gezonden voor determinatie en voor advies over de aanpak.

Wilt u nematoden tegen taxuskevers en andere snuitkevers bestellen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens)..


Tijdstip bestrijding

Het bepalen van het tijdstip voor de bestrijding hangt af van het soort snuitkever. In het najaar en in het voorjaar  zijn de meeste larven actief. 
In zijn algemeenheid kunnen de larven van de snuitkevers dan ook goed worden bestreden met nematoden vanaf het vroege voorjaar tot begin juni en vanaf medio juli tot oktober/november.

In het vroege voorjaar en het late najaar adviseren wij de inzet van de nematoden Steinernema kraussei, een zogenaamde koude grond nematode. Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 5º C en overleven zelfs min 30º C. Deze nematoden verdragen erg goed koude weersomstandigheden en zijn uitstekend te gebruiken in het vroege voorjaar en in het late najaar. 
Is de temperatuur al wat hoger (bodemtemperatuur vanaf 7 à 8º C) in het voorjaar, dan adviseren wij de inzet van de nematodenmix Steinernema spp/Heterorhabditis bacteriophora. In de mix is een nematode opgenomen die zich kan vermeerderen in andere bodemplagen. Hierdoor wordt snel een populatie aan nematoden opgebouwd. Deze mix is uitstekend te gebruiken bij fluctuerende voorjaarstemperaturen.
In de periode april tot begin oktober adviseren wij de inzet van nematoden Heterorhabditis spp. Deze nematoden zijn werkzaam vanaf 10 à 13º C. Ze zijn uitstekende jagers in de bodem. Deze nematoden hebben “tandjes” en zijn in staat om door de huid van de larven heen te bijten. Deze nematoden zijn zeer effectief in de periode april tot begin oktober van het jaar of het gehele jaar door in kassen waar de temperatuur niet lager wordt dan 10º C.