Trips

Op deze pagina vindt u achtergrondinformatie over trips, het signaleren van het insect, de larven, poppen en eieren, het schadebeeld en de bestrijding van trips.

Voor meer informatie over bedrijfsbezoek, determinatie, maatwerk, prijzen of bestellingen kunt u uiteraard contact met ons opnemen via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens).

Levenswijze en levenscyclus

Trips (Thysanoptera) zijn kleine, slanke insecten met gerafelde vleugels. Trips voedt zich met sappen uit de cellen van verschillende soorten planten.
Trips is heel lang een plaag geweest die met name in kassen voorkwam. De laatste jaren zien we een sterke toename van aantasting in allerlei gewassen buiten.
Volwassen trips is bruin tot zwart van kleur en ongeveer 1-2 mm lang. Tripslarven zijn oranje, geel of groen van kleur, en ongeveer 1 mm lang.
Trips zet 150 tot 300 eieren af in blad of bloem, waaruit larven komen. De larven doorlopen een aantal vervellingen. Voor het verpoppen laten tripslarven zich uit het gewas op de grond vallen, waarna ze in de grond verpoppen.
In gestookte kassen blijft trips de winter over als volwassen insect of als larve. Ei-afzet en verpopping blijven bij voldoende temperatuur doorgaan, maar gaan trager dan in de zomermaanden. In niet gestookte kassen of in de buitenteelt overwintert trips bijna altijd als pop in de (pot)grond. Tijdens een warmere periode in het voorjaar komen de poppen massaal uit en treedt soms in korte tijd een grote populatie volwassen trips op.
De levenscyclus van de trips duurt, afhankelijk van de omstandigheden , 10 tot 30 dagen. Onder Nederlandse omstandigheden kunnen er buiten 7 tot 12 generaties per jaar voorkomen. Trips is tussen 12 en 30° C actief.
Door de hoeveelheid eieren en de snelle levenscyclus kan er in een korte tijd sprake zijn van een grote plaag.
Tripsen kunnen niet goed vliegen. Wel kunnen ze door wind en thermiek op grote hoogte voor-komen en zich verspreiden.

Trips in de bloem van PassifloraCalifornische trips in BuddlejaEchinotrips en larve

Soorten trips

In Nederland is de meest voorkomende trips de Californische trips. Daarnaast is er over de jaren steeds meer last van Tabakstrips, Echinotrips, en Japanse trips, en zijn er specifieke soorten op bepaalde planten.
Japanse trips (Thrips setosus) is sinds oktober 2014 in Nederland. De trips geeft zuigschade aan het blad. De schade beperkt zich tot op heden tot de Hydrangea, maar de waardplantenreeks is veel breder.
Echinotrips americanus is een niet zo mobiele soort trips. Deze tripssoort heeft alle stadia op het blad. De volwassen exemplaren leven aan de boven- en onderkant van het blad. Echinotrips is zwart en heeft een witte streep aan de basis van de vleugels. De larven en poppen bevinden zich onderop het blad.
Tabakstrips komt buiten veel voor op katoen, tabak, prei en ui. In de kas worden voornamelijk komkommer, paprika, roos en chrysant aangetast. De levenscyclus is vergelijkbaar met die van Californische trips. De vrouwtjes van de tabakstrips leggen gemiddeld 2 tot 5 eitjes per dag bij een temperatuur van 25° C.
Ook kennen we soorten die specifiek in één gewas voorkomen, zoals de trips in Sering (Thrips syringae).

Signalering

Californische trips en tabakstrips kunnen worden gesignaleerd met behulp van blauwe vangplaten, waar de vliegende volwassen trips op af komt. Aan de vangplaten kan eventueel extra een lokstofcapsule worden vastgemaakt, waardoor in veel gevallen nog meer trips wordt weg gevangen. Hang de vangplaten ca. 10 cm boven het gewas op. Vangplaten kunnen ook worden gebruikt om de mate van aantasting, en het uitkomen van de poppen na overwintering vast te stellen.
In een bloeiend gewas zijn de vangsten op vangplaten vaak beperkt, daarin blijft de trips vaak liever in de bloemen waar veel eten is in de vorm van stuifmeel.
Trips is ook te signaleren in de koppen en de bloemknoppen van de plant. Door te kijken aan de onderkant van de bovenste bladeren of door bloemen of de koppen uit te kloppen boven wit papier kunnen trips of de larven worden gevonden.
Eieren worden in de plant afgezet, maar zijn slecht te vinden. De poppen, van de meeste soorten in de grond, zijn ook niet makkelijk te signaleren.

Schade

Trips prikt cellen aan en zuigt deze leeg. Deze lege cellen verkleuren zilver- of goudkleurig. Aan de onderkant van de beschadigde bladeren zijn vaak allemaal zwarte puntjes zichtbaar, de poep van de trips.
Ook prikken volwassen exemplaren en larven van trips de groeikoppen van planten aan. Vergroeiïng van de groeikoppen, misvormd blad, groeistagnatie of het wegvallen van groeikoppen waarna vertakking optreedt zijn het gevolg.
Trips huist graag in de bloemen van planten omdat het insect zich voedt met stuifmeel. Misvormde bloemen en kleurafwijkingen kunnen daarvan het gevolg zijn.
Een groot aantal gewassen in kasteelten wordt aangetast: paprika, komkommer, roos, chrysant, gerbera, en allerlei potplanten. In de boomteelt zijn gevoelige gewassen zijn Acer, Euonymus, Photinia, Prunus laurocerasus, Magnolia, en Viburnum. Deze lijst neemt elk jaar toe.

Tripsschade in de koppen van Acer
Tripsschade in de koppen van Acer

Tripsschade in het blad van Magnolia
Tripsschade in het blad van Magnolia

Bestrijding

De bestrijding van trips is lastig. Bij een chemische bestrijding door middel van een gewasbespuiting worden de poppen in de grond niet bereikt. Deze komen na enkele dagen tot weken uit, waardoor er dan een nieuwe bestrijding moet worden uitgevoerd. Ook de verborgen levenswijze van de trips, vaak diep in bloemen of groeikoppen waardoor de insecten slecht te raken zijn, is een probleem.

Ook biologische bestrijding van trips is moeilijk, en omvat daarom altijd een combinatie van maatregelen.
Zo worden met massale inzet van vangplaten grote aantallen volwassen trips weg gevangen. Dit wordt gedaan omdat volwassen trips voor veel biologische vijanden een moeilijke prooi is. Voor de bestrijding van trips heeft Biocontrole diverse biologische oplossingen paraat. Zo kan de bodemroofmijt Hypoaspis worden ingezet tegen tripspoppen. De roofmijten worden op de grond of op de potgrond onder het aangetaste gewas uitgestrooid zodat de poppen opgegeten worden. Hypoaspis kan zich goed handhaven in de grond omdat de roofmijt een breed menu heeft, en kan langere tijd zonder voedsel. Om die reden kan Hypoaspis preventief worden ingestrooid. Tegen de larven kunnen roofmijten, o.a. Amblyseius cucumeris en swirski worden ingezet. Soms worden deze in combinatie met extra stuifmeel in het gewas verblazen zodat ze een voldoende grote populatie kunnen opbouwen. Ook de roofwants Orius is een stuifmeeleter en goede bestrijder van trips.
Een gewasbespuiting met insect-parasitaire aaltjes, in combinatie met een speciale gel om te voorkomen dat de aaltjes uitdrogen kan eveneens een flinke reductie geven van tripslarven.

Houd met de inzet chemie voorafgaand aan of tijdens het gebruik van biologische bestrijders sterk rekening met de effecten van de chemische middelen op de biologische vijanden. Sommige middelen hebben zo’n lange nawerking op natuurlijke vijanden dat de inzet in geen maanden meer mogelijk is.
De zg. neveneffectenlijsten kunnen hierover informatie verschaffen.

Biocontrole kan voor uw situatie bekijken of de inzet van biologische bestrijders ter bestrijding van trips kans van slagen heeft. Met onze uitgebreide praktijkervaring kunnen we hiervoor een maatwerk-advies voor uw bedrijf en gewassen opstellen. Neem voor meer informatie contact met ons op!