Varenrouwmug, informatie voor de professional

Bestrijding van varenrouwmug

Op deze pagina vindt u achtergrondinformatie over varenrouwmug, het signaleren van de mugjes en larven, het schadebeeld en de bestrijding van varenrouwmug.

Voor meer informatie over veldcontrole, determinatie, maatwerk, prijzen of bestellingen kunt u uiteraard contact met ons opnemen via het contactformulier of telefonisch (contactgegevens).

Levenswijze en levenscyclus

Varenrouwmug behoort tot de familie van de Sciaridae. Het zijn kleine mugjes van 2-3 mm, met zwart geaderde vleugels die een specifieke tekening hebben.
Varenrouwmuggen houden van een vochtig klimaat en van warmte.
Bij die omstandigheden zetten ze in vochtige zaai-, stek-, of potgrond eieren af, in groepjes van 20 tot 30 stuks. Na 2 dagen komen er larven uit de eieren en bij 19 °C zijn deze na 25 dagen ontwikkeld tot volwassen insecten. Bij hogere temperaturen verloopt de levenscyclus sneller. Door de korte levenscyclus kan een kleine aantasting snel uitgroeien tot een grote plaag. Vooral bij donker en regenachtig weer in de nazomer (augustus/september) kan de plaagdruk explosief toenemen.
Ook de aanwezigheid van veel mos, algen en plassen water in een kas of teeltruimte kan de plaagdruk fors doen oplopen.
Varenrouwmuggen vliegen op bij verstoring en verplaatsen zich over korte afstand.

De larven van varenrouwmug zijn glasachtig tot wit van kleur, en 2 tot 8 mm lang. We zien dat de larven ook kunnen verkleuren door het gewas waarvan ze eten: soms zijn ze donkergeel van kleur.
Varenrouwmuglarven hebben een zwarte kop, en geen poten.

De larven van de varenrouwmug kunnen worden gevonden in de grond, bij de wortels of op en in de stengel. Ze eten zich een weg in de stengels. Vaak zitten ze onder de bast van beworteld of onbeworteld stek, die daardoor loslaat. Soms vinden we ze ook in wortelstokken van vaste planten. Sporadisch treffen we ze in bloemen aan.

De poppen zijn 2-5 mm lang, ovaal, eerst wit en later geelbruin van kleur.

Varenrouwmuglarve
Varenrouwmug

Signalering

Om de larven die bij de wortel zitten makkelijk te signaleren kunnen plakjes van een rauwe aardappel plat op de (stek)grond worden gelegd. Bij aanwezigheid van larven zijn deze na enkele uren onderop de schijfjes aardappel te vinden. Met een loep zijn de larven ook wel in of op de stengels van stekken waar te nemen.
Volwassen varenrouwmuggen kunnen worden gesignaleerd met behulp van een gele vangplaat, die ongeveer 20 cm boven het gewas moet hangen. In stektunnels of tussen kaspoten worden ook wel vanglinten gebruikt.

Schade

Varenrouwmuggen kunnen een ware plaag zijn in zaailingen, verspeende planten en stekken. De larven van de varenrouwmug vreten aan de wortels van stekken en aan de net gekiemde plantjes. Dit resulteert in groeiremming of het compleet afsterven van de stekken. Soms worden de stekken werkelijk bijgehouden door de larven: alle wortels die worden gevormd worden onmiddellijk weer opgegeten.
Zeer uiteenlopende gewassen worden aangetast. Zo zien we vaak aantasting in Sedum, een zeer waterig gewas. Hedera, Viburnum opulus compactum en Skimmia zijn bijzonder gevoelig voor varenrouwmuglarven.. Maar ook verhoute winterstekken van Lavendel, Clematis, Fallopia en Vitis worden regelmatig aangetast.
In wortelstokken van vaste planten zoals Liatris en Delphinium zien we soms al aantasting in de teelt.
Als deze gestekt worden gaat de aantasting erg makkelijk mee, als ei, net uitgekomen larve of pop.
Aantasting zien we ook soms in bloemen, zoals in Physalis, waar ze gaatjes in de lampionnetjes eten waardoor deze onverkoopbaar worden.
Varenrouwmuglarven kunnen door de vraatschade invalspoorten voor schimmels zoals Botrytis, Pythium en Chalara veroorzaken. Ook verspreiden ze de sporen van deze ziektes en van Phytophthora, Fusarium en Cylindrocladium.

Waar begint de aantasting?
Zorgelijk is dat varenrouwmug soms al in potgrond of stekgrond aanwezig is, waarschijnlijk als ei of pop. Mengsels met kokos lijken meer infectiedruk te veroorzaken, mogelijk door de eigenschap dat kokos veel vocht vast houdt. Door vers afgeleverde grond in een schone emmer of nieuwe tray in een plastic zak met daarin een gele vangplaat weg te zetten kan worden gecheckt of er sprake is van een beginaantasting in de grond die u gebruikt.

Een interessant gegeven is dat we soms binnen één stektunnel gewassen of partijen stek wel en niet aangetast zien worden. Soms komt dat het insect een voorkeur voor een gewassoort lijkt te hebben. We zien echter ook dat er binnen een soort partijen stek van verschillende herkomst wel en niet worden aangetast. Dit lijkt een gevolg te zijn van verschil in inwendige kwaliteit van de stekken. Daaraan ligt met name bemesting ten grondslag. In situaties waar de plaagdruk van varenrouwmug hoog is, is het aan te raden om ook dit aspect in de oplossingen mee te nemen.

De rouwvlieglarven zijn zeer goed te bestrijden met insectparasitaire nematoden Steinernema feltiae. Insectparasitaire nematoden (ook wel aaltjes genoemd – niet te verwarren met schadelijk plantparasitaire aaltjes) zijn microscopisch kleine aaltjes die in symbiose leven met een bacterie. Eenmaal in de bodem uitgezet zoeken ze de rouwvlieglarven op en dringen de larven in. Eenmaal binnen scheiden de nematoden een bacterie af die de larven doodt. In de dode larven ontstaat een nieuwe generatie nematoden die op zoek gaan naar nieuwe rouwvlieglarven om ze te infecteren. Insectparasitaire nematoden kunnen niet lang buiten een “gastheer” overleven. Zijn er geen prooien meer, dan sterven de nematoden. Insectparasitaire nematoden komen van origine voor in onze bodem en zijn daarom ook opgenomen in de Flora- en Faunawet als beschermde bodembewoners. Deze aaltjes zijn ongevaarlijk voor mens, dier, milieu en nuttige insecten.

Bestrijding

Voor het signaleren van varenrouwmuglarven kan Biocontrole gele vangplaten leveren.
Als bestrijding kan de bodemroofmijt Hypoaspis worden ingezet. Deze worden meestal al preventief in de stekgrond ingezet. Gevulde trays kunnen voor het steken van de stekken al worden afgestrooid met deze roofmijten.
Gunstig van Hypoaspis is dat de mijten enkele weken (8-9) zonder voedsel kunnen overleven. Ook als de aantasting pas later komt kan Hypoaspis daarom nog een bijdrage in de bestrijding leveren.
Biocontrole kan Hypoaspis in verschillende verpakkingsgrootten aanbieden, in kokers of in emmers.

Roofmijt Hypoaspis
Hypoaspis

Voor de bestrijding van de varenrouwmuglarven heeft Biocontrole de oplossing in de vorm van insect-parasitaire nematoden. Dat zijn microscopisch kleine aaltjes die de larven in de grond opzoeken en infecteren. Ze maken de larven ziek waarna deze dood gaan. Er zijn twee soorten aaltjes die bij verschillende temperaturen werkzaam zijn tegen varenrouwmuglarven: Steinernema feltiae kan vanaf 7 graden en warmer worden gebruikt. Bij erg hoge temperaturen in de zomermaanden wordt ook wel Steinernema carpocapsae gebruikt omdat deze zich boven 30 graden beter handhaaft.
Ook kunnen maatwerk- mengsels van beide soorten worden gemaakt.
De insect-parasitaire aaltjes worden in vatbare gewassen al preventief gebruikt om zeker te zijn van een afdoende bestrijding. In wat minder kwetsbare gewassen wordt een bestrijding ingezet naar aanleiding van vangsten op de vangplaten.
Gebruik bij de toepassing in stektrays met een beperkt volume per plug niet al te veel water bij te toepassing: de aaltjes kunnen uit kleine stekcups zelfs wegspoelen.
In 2015 hebben we op beperkte schaal ervaring opgedaan met Atheta coriaria. Dit is een vliegend kevertje dat haar eieren afzet in de grond. Zowel de kevertjes als de larven eten eieren, jonge larven en poppen van varenrouwmug. Ook tripslarven en de eieren, jonge larven en poppen van oevervliegen worden door Atheta gegeten.