Bladluizen

Bladluis bestrijden

Op deze pagina vindt u achtergrondinformatie over bladluizen, plaagherkenning: hoe herkent u of uw gewassen last hebben van bladluizen, op welke wijze bladluis kan worden bestreden en wanneer het de beste tijd voor bestrijding is.
Wilt u natuurlijke vijanden tegen bladluizen bestellen? Klik dan hier.

Achtergrondinformatie bladluizen

Bladluizen (Aphidoidea) zijn kleine, gele, groene of zwarte plantenetende insecten. Bladluizen zijn een halve tot zeven millimeter lang. Zij voeden zich via hun stekende en zuigende monddelen (stiletten) met plantensappen. Het plantensap stroomt door de zeefvaten van de plant en staat onder hoge druk. Het wordt door de plant in het voedselkanaal van de bladluis geperst zodra de stiletten een zeefvat aanprikken.
Bladluizen zitten meestal op groeipunten zoals de toppen van jonge stengels met groeiend blad en bloemknoppen omdat de sapstroom daar veel voedingstoffen bevat, nodig voor de groei van de plant.
In de lente brengen vleugelloze vrouwtjes andere vrouwtjes voort. Ze hebben wel of geen vleugels al naargelang de hoeveelheid voedsel die er beschikbaar is. Ook de weersomstandigheden spelen een rol. De bladluizen die kunnen vliegen, gebruiken luchtstroming om zich van de ene naar de andere plant te verplaatsen. Ook mieren verhuizen bladluizen naar andere planten. Vervolgens stichten ze weer nieuwe kolonies.

Bladluizen  
Bladluizen  

 

Plaagherkenning bladluizen

Bladluizen kunnen vanaf het voorjaar veel schade aanrichten aan allerlei gewassen. Bladluizen voeden zich met plantensappen, die ze met hun zuigende monddelen uit het blad halen. De sappen van planten bevatten veel suikers en weinig eiwitten. Dit betekent dat bladluizen veel sap uit het blad moeten zuigen om aan voldoende eiwitten te komen. De overtollige suikers scheiden ze af in de vorm van een kleverige stof. Die wordt honingdauw genoemd. Honingdauw kan op andere gewassen, auto’s, ramen, bestrating, etc. terecht komen. Mensen ergeren zich vaak als zij hun auto’s parkeren onder bomen die vol met luizen zitten omdat de honingdauw op de auto’s terechtkomt en deze plakkerig worden.
Honingdauw trekt ook andere insecten aan zoals wespen, vliegen, vlinders, mieren. In de honingdauw ontwikkelt ook de schimmel Roetdauw, een zwarte laag op de bladeren. Hierdoor kan de plant niet meer voldoende licht opnemen en er ontstaat een groeiremming. Dit nog afgezien van het verlies aan sierwaarde van een gewas.
Naast groeiremming kunnen bladluizen ook andere ziektes aan gewassen overbrengen zoals virussen die fataal zijn voor de planten. Vooral na zachte winters kan in het voorjaar een ware luizenplaag ontstaan waardoor de groei van diverse gewassen belemmerd wordt. Zeker als de planten net uitlopen en de bladluizen zich te goed doen aan nieuwe scheuten.

Bestrijding van bladluizen met lieveheersbeestjes

Bladluizen kunnen uitstekend worden bestreden door hun natuurlijke vijand het lieveheersbeestje. Zowel de larven als de lieveheersbeestjes zelf zijn bij uitstek de natuurlijke vijanden van bladluizen. In Nederland kunnen de inheemse soorten 2-stippelige en 7-stippelige lieveheersbeestjes en hun larven worden uitgezet.
De larven van lieveheersbeestjes worden al jaren zeer succesvol ingezet voor de bestrijding van bladluizen in tuinen, openbaar groen en kwekerijen. Ook de volwassen lieveheersbeestjes leven van bladluizen. Ze leggen hun eitjes in bladluizenkolonies. Als de jonge larven uitkomen gaan ze direct op zoek naar bladluizen.

2-stippelig lieveheersbeestje
Adalia bipunctata
  Larve 2-stippelig
lieveheersbeestje
  7-stippelig lieveheersbeestje
Coccinela septempunctata
  Larve 7-stippelig
lieveheersbeestje
2-stippelig lieveheersbeestje   Larve 2-stippelig lieveheersbeestje
  7-stippelig lieveheersbeestje Coccinela septempunctata   Larve 7-stippelig lieveheersbeestje

 

Bestrijding van bladluizen in bomen met lieveheersbeestjes

2-stippelig lieveheersbeestje   De meest geschikte soort hiervoor is de Adalia bipunctata (inheems 2 stippelig lieveheersbeestje). De volwassen lieveheersbeestjes en hun larven kunnen overleven op vlindereieren en jonge rupsen. Soms pakken ze ook wol- en dopluizen.
De larven zoeken zelf de bladluizen op. De larven zullen op een gegeven moment verpoppen en de pas geboren lieveheersbeestjes zullen een nieuwe generatie vormen die weer op zoek gaat naar nieuwe bladluizen.

 

Bestrijding van bladluizen met lieveheersbeestjes in overige gewassen

Naast het 2-stippelige lieveheersbeestje is het 7-stippelige lieveheersbeestje Coccinela septempuntacta ook een goede bestrijder van bladluizen. Ze zijn ook goede bestrijders van zwartebonen luizen, die vaak door mieren worden verdedigd. De 7-stippelige trekken zich niets van de mieren aan.  

Wilt u lieveheersbeestjes bestellen? Klik dan hier.

Bestrijding van bladluizen met gaasvliegen

Gaasvlieglarve

De gaasvlieg Chrysoperla carnea is een inheems insect dat in de natuur leeft, maar ook spontaan in kassen voorkomt. De larven zijn uitermate vraatzuchtig en efficiënte bestrijders van bladluis, vlindereieren, jonge rupsen, spint, trips, wittevlieg, cicades en ook wolluis. In gewassen waar crawlers van dopluizen aanwezig zijn, zullen de gaasvliegenlarven deze ook aanvallen. 
De volwassen gaasvliegen zijn lichtgroene insecten met lange, transparante, fijn vleugels en goudkleurige ogen.
De volwassen gaasvlieg leeft van nectar, honingdauw en pollen. De gaasvlieg produceert, 2 -3 generaties in de natuur. De vrouwtjes leggen in het voorjaar ca 20 eieren per dag aan de onderkant van het blad. De eitjes worden op korte steeltjes afgezet.
De larven komen al na 3 dagen uit. Vooral in het derde larve stadium is de gaasvlieg zeer vraatzuchtig. In totaal kan een larven circa 50 bladluizen per dag eten. Ontwikkeling van ei tot vlieg duurt ongeveer 16 dagen.

Wilt u gaasvliegen bestellen? Klik dan hier.

Tijdstip van bestrijding

In principe kunnen tot september lieveheersbeestjes worden uitgezet. Het beste tijdstip is echter vanaf begin mei als de eerste bladluizen zich aandienen. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de temperatuur. De temperatuur moet minstens 15º C zijn om ervoor te zorgen dat de larven meteen actief worden op het moment dat ze worden uitgezet.